Het is nu :

Hoeveel mensen zijn online...

Forum

Er zijn  gasten en  leden online

Website

Er zijn 9 gasten en 0 leden online

Laatste posts op het forum:

No posts were found

Column jul 2009 - Zagen in de nacht

 

23.00 uur, de wisseling van de rangeerdienst tussen laat/ nachtdienst is achter de rug. We zijn er klaar voor, en wachten op de rangeerloc 627 op het uit de stand stop komen van sein 162 (te zien op emplacement tekening en met behulp van de column van mei is af te leiden waar je ongeveer moet zoeken).

 

jul09-000

(Klik op de foto voor vergroting)

 

Het eerste klusje is, om van een zojuist binnengelopen goederentrein op spoor 45, een stuk of 12 beladen ketelwagens, achteraan de trein, af te halen en deze te plaatsen op spoor 49. De reden hiervan is dat die ketelwagens niet geheuveld mogen worden. Tijdens dit omhalen is het zaak om tijdig de remming in te zetten, je remt alleen met de rangeerloc, door het gewicht van de beladen wagens drukken ze aardig door.

 

Dit gevoel is mooi op de modelbaan na te bootsen door de afremvertraging van een digitale loc op minimaal te zetten en dan richting je duurste loc rijden en toch op tijd tot stilstand te komen.

 

jul09-002

(Klik op de foto voor vergroting)

 

Wat ook elke nacht terug kwam was het plaatsen van snelgoedwagens, z.g. geelbandjes bij de loods van “Van Gend en Loos”. Dit gebeurde op de sporen 17 en 16 die evenwijdig lagen aan de snelgoedloods. Op beide sporen stonden de geelbandjes parallel aan elkaar met ijzeren platen tussen de deuropeningen waarover de vorkheftruck ook in de wagens op spoor 16 kon komen. Tijdens het laden en lossen mocht er niet tegen of mee gerangeerd worden.

 

In een gebied met seinen moet je altijd achter een tegen sein rijden, het z.g. zagen. De rangeerder vraagt dan via de praatpaal aan post T: even zagen van 13 naar 12. Dit gebeurde dan bv. via spoor 45 zonder dat hij daar weer contact voor hoefde te maken met post T.

 

jul09-002

(Klik op de foto voor vergroting)

 

Om een uur of drie werd de loc 627 aan de kant gezet en werden bij treinen die opnieuw samengesteld waren de E- of diesellocs voorgeplaatst en konden de wagenmeesters langs de treinen om deze te controleren en de voorgeschreven remproeven te nemen.

 

Tegen vijven konden de eerste goederentreinen vertrekken maar bij één trein met twee locs van de serie 2400/ 2500 ervoor lukte dit niet. De locs waren multiple gekoppeld zodat de tweede loc vanuit de eerste bediend kon worden. Beide diesellocs stonden te brullen maar de trein kwam niet in beweging, de wagenmeester nog eens langs de trein of alle remmen wel los waren. Dat was het geval.

 

De storingsmonteur was er inmiddels ook bij gehaald en hij zag op een gegeven moment dat beide locs ieder een eigen kant opwilden. Uit nader onderzoek bleek later dat bij één van de twee locs tijdens groot onderhoud de bekabeling van de stuurstoom koppelkabel niet helemaal juist was.

 

Ben van Willigenburg